Do You or Are You - English Grammar Lesson

Is het jou of jij?

Gevraagd door: ing. Valerie Verhoeven MPhil  |  Laatste update: 4 december 2023
Score: 4.3/5 (29 stemmen)

Als het voornaamwoord de functie van onderwerp vervult, is jij de correcte vorm. Als het om een lijdend of meewerkend voorwerp gaat, is jou correct. Die dubbele analyse is bijvoorbeeld mogelijk bij werkwoorden die een oordeel of waardering uitdrukken (zoals vinden, appreciëren, achten).

Is het beter dan jou of jij?

Hedendaags laten we het laatste werkwoord weg. Het wordt dus 'Ik ben beter dan jij'. Waarom 'Ik ben beter dan jou' niet klopt, is omdat de volledige zin 'Ik ben beter dan jou bent' niet zou kloppen. Daarom is het altijd 'beter dan jij/hij/zij'.

Is het die van jou of die van jij?

In van jou komt er geen w achter jou. De bezitsrelatie wordt hier uitgedrukt door het voorzetsel van. Alleen als jouw in z'n eentje bezit aanduidt, is de w juist. Dus: 'Het boek is echt van jou' is goed naast 'Dat is echt jouw boek' en bijvoorbeeld 'Het boek is echt van jouw zus' ('van de zus van jou').

Hoe gebruik jij?

Jij is goed als er nadruk op ligt: 'Niet ik, maar jij zou het doen! ' Je is het minder nadrukkelijke alternatief: 'Het lukt wel, maar je mag altijd helpen. ' Je kan ook 'men', 'jou' of 'jouw' betekenen. Je en jij kunnen als onderwerpsvorm meestal door elkaar heen gebruikt worden.

Is het jou of jouw Nederlands?

Ezelsbruggetje: jouw of jou

Als je het kunt vervangen door het persoonlijk voornaamwoord “hem”, is het “jou”. Als je het kunt vervangen door het bezittelijk naamwoord “zijn”, is het “jouw”.

22 gerelateerde vragen gevonden

Is het jou of jouw vader?

'Jouw' is een bezittelijk voornaamwoord. Bezittelijke voornaamwoorden zijn woorden die verwijzen naar iemand zijn bezit. Voorbeelden van bezittelijke voornaamwoorden zijn: mijn, onze, jullie en jouw. Wanneer je wil aanduiden dat iets iemands bezit is, dan is het 'jou' met -w.

Is het jou of jouw familie?

Om na te gaan of u jou of jouw moet schrijven, kunt u het voornaamwoord ook vervangen door een aanwijzend voornaamwoord en de bepaling van jou. Is dat mogelijk, dan duidt dat op een bezitsrelatie, en moet u jouw gebruiken. Bijvoorbeeld: Ik heb die zus van jou gezien.

Is jij met dt?

Als 'je' vervangen kan worden door 'jij', is 'je' het onderwerp. Als in zo'n geval 'je' achter het werkwoord staat, komt er geen t achter de ik-vorm: Wat vind je van deze muziek? (je = jij) Wat houd je daar in je handen? (je = jij)

Is het jou of je?

Je gebruikt de vormen als volgt: Jij – onderwerp van de zin: Jij komt uit Deventer. Waar kom jij vandaan? Jou – lijdend en meewerkend voorwerp en na een voorzetsel: Ik heb jou gisteren op de markt gezien.

Wat betekent jij?

Jij (volle vorm) of je is een persoonlijk voornaamwoord, dat gebruikt wordt als alledaagse aanspreekvorm in de tweede persoon enkelvoud, als onderwerp in een zin. De overeenkomende voorwerpsvorm is jou. Voor de tweede persoon meervoud wordt als persoonlijk voornaamwoord jullie gebruikt.

Is jou en jij hetzelfde?

Als het voornaamwoord de functie van onderwerp vervult, is jij de correcte vorm. Als het om een lijdend of meewerkend voorwerp gaat, is jou correct. Die dubbele analyse is bijvoorbeeld mogelijk bij werkwoorden die een oordeel of waardering uitdrukken (zoals vinden, appreciëren, achten).

Hoe gaat het met jij of jou?

Hoe gaat het met jou is correct. In dit geval is er geen sprake van een bezitsrelatie en “jou” wordt niet gevolgd door een zelfstandig naamwoord, dus de vorm zonder w is correct. Jou is hier een persoonlijk voornaamwoord.

Is het jij wilt of jij wil?

Je wilt en je wil zijn allebei correct.

In Nederland wordt je wil informeler gevonden dan je wilt. In België wordt het gebruik van je wil niet als informeler beschouwd.

Is het meer dan jou of jij?

Als het voornaamwoord de functie van onderwerp vervult, is jij de correcte vorm. Als het om een lijdend of meewerkend voorwerp gaat, is jou correct. Die dubbele analyse is bijvoorbeeld mogelijk in zinnen met een meewerkend voorwerp.

Is het jou en mij of jij en ik?

Als het voornaamwoord de functie van onderwerp vervult, is ik de correcte vorm. Als het om een lijdend of meewerkend voorwerp gaat, is mij correct. Die dubbele analyse is bijvoorbeeld mogelijk bij werkwoorden die een oordeel of waardering uitdrukken (zoals vinden, appreciëren, achten).

Is het dan jij of dan ik?

Bijvoorbeeld: Jij bent jonger dan ik (ben), en niet Jij bent jonger dan mij* (ben). Jij bent jonger dan ik. Hij is minder introvert dan ik.

Is het behalve jij of behalve jou?

Behalve jij is correct als er een band is met het onderwerp van de zin. In de volgende voorbeelden verbindt behalve het persoonlijk voornaamwoord jij met het onderwerp. Behalve jou is correct als er een band is met een ander zinsdeel dan het onderwerp.

Hoe is jou of jouw dag?

Jouw dag is correct. In dit geval wordt “jouw” gevolgd door een zelfstandig naamwoord en er is sprake van een bezitsrelatie.

Is het vindt jij of vind jij?

De correcte vervoeging is je/jij vindt.

Als het onderwerp je/jij achter de persoonsvorm staat, is de correcte vervoeging vind je/jij.

Hoe maak ik geen dt fouten?

Dt-fouten voorkomen met de smurfenregel

Een bekend ezelsbruggetje voor werkwoordspelling in de onvoltooid tegenwoordige tijd is de 'smurfenregel'. Het is eigenlijk heel simpel: vervang een werkwoord in de tegenwoordige tijd door een vorm van 'smurfen' en je hoort meteen of er een -t achter moet.

Hoe bepaal je d of dt?

Er is ook een trucje om te achterhalen of u aan het eind van het voltooid deelwoord -t of -d moet schrijven. U kunt daarvoor vergelijken met de verledentijdsvorm. Als die op -de(n) eindigt, krijgt ook het voltooid deelwoord een -d. Als de verledentijdsvorm op -te(n) eindigt, krijgt ook het voltooid deelwoord een -t.

Is het jou of jouw vrienden?

'Jouw' (4 letters, wel een w) is een bezittelijk voornaamwoord en verwijst dus naar bezit: 'ik heb jouw fiets geleend'. 'Jou' (3 letters, geen w) is een persoonlijk voornaamwoord en verwijst naar een persoon: 'Ik heb jou zien fietsen'. Dat kan je toch wel onthouden?

Is het jouw of jou thuis?

De correcte vorm is bij jou thuis.

Op dezelfde manier zeggen we ook bij mij thuis, bij hem thuis of bij Lisa thuis. Thuis kan in deze constructies worden weggelaten zonder dat er aan de betekenis iets fundamenteels verandert.

Is het jouw of jou feestje?

U en jou gebruik je dus als je verwijst naar personen. Uw en jouw gebruik je als je verwijst naar iemands bezit. Lees maar mee met de volgende voorbeelden: Je plus-one is bij jou thuis en jullie willen bijna vertrekken naar het feestje van Melanie.

Vorige artikel
Waarom duimt een volwassene?